

Het is grappig hoeveel mensen me vragen of ik nog weg ga in de zomer. Alsof New York niet voldoende was en niet genoeg (vakantiedagen en geld) heeft gekost. Maar na vaak een verbaasd 'nee' te hebben gezegd, rijzen er toch plannen om de rust op te zoeken in een huisje aan zee. Om bij te komen van de drukte van New York, zeg maar.
Maar er zijn ook andere plannen. Een beetje schilderen in huis. In de gang, waar de crèmekleur hoognodig vervangen moet worden door een mooie kleur. Maar als je dat dan opeens hebt bedacht, kijk je met kritische ogen naar de rest van het huis. Helemaal toen ik een yogamatje kocht en deze nogal afstak tegen de oude vloerbedekking in 'mijn hokje'. Mijn hokje is waar ik muziek maak, waar mijn gymbal ligt om rugoefeningen mee te doen, waar ik de was ophang en waar boeken en cd's staan die beneden geen plek hebben gekregen.
Het liefst scheur ik het tapijt er ter plekke uit om het te vervangen voor bijvoorbeeld laminaat met een kleedje, of voor mijn part nieuwe vloerbedekking. Maar als ik verder kijk, naar de slaapkamer bijvoorbeeld, zie ik daar naast oude vloerbedekking de plekken op de muur waar Pixel heeft huisgehouden. Nieuw behang betekent naast veel werk een nieuwe uitdaging voor Pixel, dus wellicht zonde.
En de overloop? Daar waar de schimmel zich laat zien? En de douche? Waar de schimmel al zwarte plekken vertoont? En moet het balkon, dat nu in de grondverf staat, ook nog een likje verf? En de deuren? Zit daar ook niet die vieze crèmekleur op? En wanneer gaan we de gordijnen, die veel te lang zijn sinds de komst van de cv, vervangen? En die lamp kan ook echt niet meer, wanneer kopen we een nieuwe?
Een huisje aan zee met wat boeken, cd's en mijn lief. Da's toch wel een heel aanlokkelijk idee.
In het voorspellen van standen mag ik dan niet zo goed zijn, mijn hele leven lang al heb ik een neus voor penalty's. Dus toen Roemenië zonet een penalty kreeg tegen Italië, zei ik resoluut: "Hij stopt 'm wel, maak je geen zorgen". Dat 'geen zorgen' sloeg op de voorspelde uitslag van lief in de pool (2-1 voor Italië). Wel jammer, want graag zag ik underdog Roemenië winnen.
Mutu schoot, Buffon stopte met handen en voeten.
Ik haalde mijn schouders op. Ik wist dat immers al.
Eindelijk valt het kwartje, dat aanvoelt als een loodzware twee euro-munt. Het is mijn rug die mij in een moeheidsgreep houdt. Ik had het eerst niet in de gaten. Tot mijn knieën wel erg veel pijn gingen doen. Aangezien ik al twee keer eerder bij de fysio ben geweest voor knieklachten, weet ik dat dit een uitstraling is van de rug. Naar de fysio hoef ik dit keer niet, ik heb de laatste keer goede oefeningen meegekregen.
Geen pijn in je rug voelen terwijl je rugpijn hebt, is niet goed. Dan ben je te ver heen. Na een week oefeningen doen is de pijn weer voelbaar. Dat is een goed teken, maar fijn is het niet. Het zwemmen gaat niet, ik heb een conditie van nul komma nul en door de moeheid kan ik de dingen die ik onderneem amper volhouden. Maar ik weet in ieder geval waar de oorzaak ligt, ik kan er iets aan doen. En dat doe ik dan ook. Zeer fanatiek. Elke dag een half uur lang oefeningen doen. Het voelt goed.
Mijn rug komt er wel. En daarna ik ook weer.
Liet ik me gister nog een klein beetje verbranden op het terras in Haarlem, vandaag staat de dag in het teken van passief tv kijken. En wel vanaf drie uur, wanneer de finale op Roland Garros begint. De afgelopen twee weken probeerde ik het tennis te volgen wanneer ik kon, maar kon het enthousiasme over knap gespeelde punten met niemand delen, want niemand in mijn omgeving houdt van tennis. En dat met mijn favoriete toernooi Wimbledon in het vooruitzicht. Ik was zelfs zo enthousiast over tennis dat ik volgend jaar best wel naar Wimbledon wil. Maar met wie?
Overigens gaat het goed met die andere sport, voetbal. Niet dat ik van voetbal houd, maar een EK-poule is altijd leuk. Na twee wedstrijden sta ik in de ene poule op nummer 1 en in de andere poule op nummer 2.
Ha!
Ik dacht, misschien bent u wel nieuwsgierig naar hoe het gaat met het mega-Pixel-Scooszi-experiment. Dat experiment hield in: als de katten me 's nachts wakker maken voor een bakje eten, ze de slaapkamer uitgooien en de deur gesloten houden tot zeven uur. Dat zou nogal wat voeten in aarde hebben en ik zou de eerste week volgens de voorspellingen doodmoe zijn. Maar daarna zou alles goed komen.
Ik begon vorige week dinsdag. De katten mochten eerst bij me slapen. Het eerste gedeelte van de nacht zijn ze namelijk rustig. Op het moment dat lief in bed stapte begon echter het gezeur. "Eten eten eten!" miauwden ze. Ik zette een bakje water op de overloop en wasmanden en andere hindernissen voor de slaapkamerdeur om Pixel te beletten niet alle muren kapot te krabben. Toen sloot ik de deur.
Rust.
Ik sliep heerlijk. Nee, ik sliep overheerlijk. Potverdorie, ik had in de afgelopen maanden nog nooit zo goed geslapen! Goed, de katten miauwden zich een ongeluk rond zes uur, maar dat was nog altijd twee uur later dan normaal. Zo was het een eitje om te volharden in de nachtelijke uitzetting.
Nu verwacht u natuurlijk verschrikkelijke verhalen die in de nacht(en) daarop plaatsvonden, maar afgezien van een beetje krabben (een echte krabkat vind altijd wel een plekje tussen de wasmanden) gebeurde er niets. Ik ging van twee tot drie keer per nacht naar één keer per nacht wakker worden en lag bovendien niet meer uren wakker van jengelende katten. Een geheel nieuwe ervaring!
Maar nu komt het: ik ben doodmoe. Werkelijk doodmoe. Zou ik me niet superfit moeten voelen na al die nachten goede slaap? Al gooide de nacht van zaterdag roet in het eten door een feestje, de rest van de nachten sliep ik als een roosje. Het lijkt wel alsof alle gebroken nachten van de afgelopen maanden (inclusief spannening en jetlag van New York) zich wreken.
Maar blij ben ik wel dat het experiment werkt. De katten miauwen en krabben steeds minder en weten waar ze aan toe zijn. En ik ook. Nu alleen hopen dat die moeheid snel verdwijnt.
Dit weekend sprak ik op een feestje met een feestganger over werk. Misschien hoor je het onderwerp tijdens het weekend buiten de deur te houden, maar soms is het fijn om van gedachten te wisselen.
We kampten allebei met eenzelfde soort probleem: iemand die de werksfeer behoorlijk kan verzieken. Hoe ga je daar mee om? Is het een kwestie van wennen, de confrontatie aangaan of je heil elders zoeken?
Ik moest bekennen vaak na te denken om mijn heil elders te zoeken. Confronteren had geen zin (daar hadden andere collega's al ervaring mee) en wennen lukte nog niet. Maar in mijn vorige baan liep er precies zo'n figuur rond. Nóg minder gelukkig met haarzelf en niet voor verbetering vatbaar ondanks verwoede pogingen van haar collega's. En hoewel het gedrag me irriteerde, liet ik het maar begaan. Het was niet mijn directe collega, dat scheelde. Tussen míjn directe collega's was altijd wel iemand die ik wilde wurgen. Irritaties waren overal. Over weggaan heb ik eigenlijk nooit nagedacht. Ja, pas in het laatste jaar, toen het kaartenhuis in elkaar stortte. Maar daarvoor niet. Ik ging oud worden in en mét dat bedrijf.
Maar nu ik van baan ben veranderd, kan dat natuurlijk nog een keer. Want mijn droom om oud te worden met het bedrijf, is nu toch al in duigen gevallen. Bovendien is het elders zo gek nog niet. Maar als ik elders ga werken, kom ik dan niet dezelfde problemen tegen?
Mijn antwoord was simpelweg ja. Mij kennende zijn er overal collega's die ik mij op mijn zenuwen laat werken. Dus schiet het niet op steeds te verkassen. Behalve als het te erg wordt, maar dan is er altijd nog zicht op een andere baan. Eerst moet ik maar eens een jaar volmaken op mijn huidige werk. Misschien ben ik dan gewend aan de grillen van sommige collega's. En heb ik een manier gevonden om er wat minder gevoelig voor te zijn.
En de feestganger? Die ging er nog eens diep over nadenken.